top decoration

UIT GROOTMOEDERS TIJD

Oude gebruiksvoorwerpen

Wafelijzer


productZo rond de jaarwisseling komen we ze in menig huishouden nog tegen; wafels en kniepertjes, al dan niet gevuld met slagroom. Met behulp van een elektrisch wafelijzer bakken we in een mum van tijd een schaal vol. In vroeger eeuwen werden wafels gebakken door een wafelijzer te vullen met een dun laagje beslag. De tang werd vervolgens boven een open vuur gehouden om het beslag gaar te laten worden.
Bij deze bezigheid is de uitdrukking ‘Hou je waffel!’ ontstaan: eigenlijk: hou je waffel in de gaten! Dit werd geroepen als de aandacht van de bakster even verloren dreigde te gaan tijdens het uitwisselen van de laatste nieuwtjes.

Hoewel er al in de 13e eeuw sprake was van een gilde van wafelbakkers, was het bakken van wafels door de eeuwen toch vooral een vrouwelijke aangelegenheid. Het wafelijzer ontbrak daarom in geen enkele uitzet.

De wafels zijn onder diverse namen bekend; oublieën (afkomstig van het Latijnse oblatum, wat offergift betekent), maar ook; nieuwjaarskoeken, ijzerkoeken, knijpertjes, spekkedikken, euliekrabben en iesenkoeken. Zowel in Brabant als in Vlaanderen komen we de aanduiding iesenkookskens tegen en kniepkeukskens.

Wafels oud Paasgebruik

productHet bakken van wafels, oublies en de alom bekende kniepertjes was van oorsprong een Paasgebruik. In vele delen van West- Europa begon het nieuwe jaar met Pasen. Ter gelegenheid van dit feest werden al in de 16e eeuw platte koeken gebakken in een met figuren bewerkt wafelijzer. Met de verschuiving van het jaarfeest naar 31 december/ 1 januari verhuisden ook de platte koeken mee en werden ze DE traktatie. Op de oudste Nieuwjaarsijzers zien we echter nog vaak de typische Paasafbeeldingen als de kruisiging en het Lam Gods. Later zien we ook afbeeldingen verschijnen die meer bij het einde van het jaar passen evenals de meer profane illustraties met planten, boerenwapens etc. Soms was de rand van het ijzer versierd met een eenvoudig gedicht of gezegde

productIn de 16e en 17e eeuw werden ijzerkoeken aan de kinderen uitgedeeld, als zij langs de deur gingen voor het zingen van Nieuwjaarsliedjes. De overheid probeerde vaak tevergeefs een einde te maken aan dit gebruik. Zo is in de archieven van Coevorden te vinden dat op 13 december 1770 de kerkenraad de gemeenteraad verzocht een einde te maken aan het uitdelen van Nieuwjaarskoeken aan straatlopers. In de Drentse Almanak van 1842 blijkt echter deze traditie nog steeds in volle bloei te staan.‘Op Jaarsavond werden ijzerkoeken gebakken van meel, stroop en anijszaad. Dan krijgen knechten en meiden, als nieuwjaarsgeschenk, elk een schotel vol van die koeken”, zo lezen we in Twentse archieven uit 1871. Wanneer de wafelijzers exact zijn ontstaan is niet bekend. We krijgen echter een aardig idee van hun oorsprong als we enkele kunstwerken van onder andere Hieronymus Bosch (Vastenavondscène met wafelbakster) en Pieter Bruegel de Oude (De strijd tussen Vasten en Carnaval van omstreeks 1560) bekijken. Museum Boymans van Beuningen beschikt over een werk van Cornelis Dusart (1660 – 1704) met daarop carnavalsvierders die een wafelijzer met zich meedragen. Ook in hogere kringen waren de wafels blijkbaar geliefd. In het huishouden van stadhouder prins Willem I bevond zich een wafelijzer, aangeschaft door zijn vrouw Anna van Buren voor haar uitzet. De ene helft van het ijzer vertoont de aanbidding door de Drie Koningen, de andere helft toont het heraldische wapen van de Van Buren’s.

De bakkers zelf maken onderscheid in verschillende soorten wafels, onder andere afhankelijk van het gebruikte beslag en de regio:

In principe kan men elk normaal boter- of vetdeeg gebruiken voor met name die wafelijzers die geen al te diepe afbeelding hebben. Is er wèl sprake van een diep ingegraveerde afbeelding dan komt deze het beste tot zijn recht met een cakebeslag of een gistbeslag. De dikke wafels kwamen pas in zwang in de 19e eeuw toen men naast smeedijzeren wafelijzers ook ijzers van gietijzer ging produceren.

productTot in de jaren ’50 van de vorige eeuw werden kniepertjes (de met een stokje opgerolde oublies) nog wel met behulp van deze ijzers gebakken, vooral in Twente en de Achterhoek. Het elektrische wafelijzer werkte echter talloze malen sneller en efficiënter en heeft de ijzers verdrongen. Zusters en schoonzusters leenden elkaar de ijzers en gebruikten ze om de beurt. De ijzers werden verhit op een gaspit; een zwarte ring op het gaspitje bood extra steun voor het zware ijzer. De keukentafel werd op de bakdag ontruimd en men trok er een dag voor uit om honderden wafeltjes te bakken. De familie proefden en beoordeelden de wafels vervolgens bij de koffie of de borrel en men bood tegen elkaar op hoeveel wafels men uit één hoeveelheid deeg wist te bakken. Soms zat het echter tegen en bleef het deeg door onbekende oorzaak steeds plakken aan het wafelijzer. Het kon de Kerstdagen verpesten voor de bakster die haar inspanningen niet zag beloond met een mooi resultaat. Ook werden onder Belgische invloed luchtige gistwafels gebakken in een ijzer met grove ruiten. De luchtige wafels van gistbeslag werden met veel poedersuiker gegeten.

Bron: www.bakkerijmuseum.nl

Boer en tuin

 

Huishoudelijk

Diversen

Gereedschap

Eten